Strikes

Home/Strikes
Strikes 2017-06-22T09:04:29+00:00

Here you find the following strikes

Upward strikes

1e opwaartse slag vanaf 0- tot 27 sec

Belangrijk gegeven bij deze, door Bruce Lee bekend geworden slag is het feit dat de arm maximaal gestrekt moet zijn en gericht moet zijn naar de kin van de tegenstander.

2e opwaartse slag vanaf 27- tot 42

De extra controledraai wordt gemaakt op het moment dat de arm gestrekt is ter hoogte van de schouder. Deze dient ter correctie van de aanval. De controledraai moet aan de buitenkant van de arm worden uitgevoerd.

3e opwaartse slag vanaf 42- tot 1.14

Bij deze slag (richting de kin van de tegenstander) speelt de techniek een zeer belangrijke rol. Vanuit een hoge snelheid moet de nunchaku direct onder controle gebracht worden op de bovenarm en stil liggen.

4e opwaartse slag vanaf 1.14- tot 1.33

Het richtpunt is op de heupen van de tegenstander. Om die reden moet de nunchaku schuin omhoog worden uitgeslagen. Het is een opwaartse slag en mag dus niet horizontaal worden uitgevoerd. Na het uitslaan volgt direct de controledraai.

5e opwaartse slag vanaf 1.33- tot 1.51

De aanval bij deze slag is geconcentreerd op de zijkant van het lichaam van de tegenstander. Bij het uitvoeren van deze techniek maken de armen een kruisende beweging van hoog naar laag.

6e opwaartse slag vanaf 1.51- tot 2.05

Bij het uitvoeren van deze techniek is het van belang dat de slag goed gecentreerd wordt. Om die reden moet er ruimte worden gemaakt voor de uitvoering van de slag die van achter de rug vertrekt. Dit gebeurt door middel van het verplaatsen van de voet.

7e opwaartse slag vanaf 2.05- tot 2.25

Net als voor de 6de opwaartse slag geldt hier een verplichte verplaatsing van het been om ruimte te geven aan de uitvoering van de techniek. Op het moment dat de arm gestrekt is, op schouderhoogte, wordt er een controle draai uitgevoerd.

8e opwaartse slag vanaf 2.25- tot 2.46

Bij deze slag moet de voet verplaatst worden op het moment dat de nunchaku van achter de rug vertrekt. Gezien het karakter van de slag (opwaarts) moet deze over de schouder worden ingeslagen.

 

Downward strikes

1e neerwaartse slag vanaf 0- tot 23 sec

Bij de uitvoering van deze techniek is het van belang dat de uitvoerende hand diep onder de oksel wordt ingeslagen en de controlerende hand rustig wacht tot het moment dat de nunchaku in de hand valt.

2e neerwaartse slag vanaf 23 – tot 36

Bij deze slag moet de controle draai worden uitgevoerd op het moment dat de arm gestrekt (horizontaal) is. De draai moet worden uitgvoerd aan de buitenkant van de arm op schouderhoogte.

3e neerwaartse slag vanaf 36 – tot 47

Het richtpunt van deze techniek is het hoofd van de tegenstander. De slag moet dan ook gecentreerd worden. Op het moment dat de slag langs het lichaam vloeit, moet er ruimte worden gemaakt door middel van het verplaatsen van het been. Als de slag met de rechterhand wordt geslagen moet het rechterbeen worden verplaatst.

4e neerwaartse slag vanaf 47 – tot 1.03

Ook bij deze techniek speelt het centreren een belangrijke rol. De controledraai moet ter hoogte van de schouder worden uitgevoerd. OM de techniek goed uit te voeren moet de slag diep achter de rug worden ingeslagen. Alleen dan kan de controlerende hand de nunchaku ontvangen op het moment dat hij horizontaal is.

5e neerwaartse slag vanaf 1.03 – tot 1.16

Bij deze techniek moet er enige concessie worden gedan wat betreft de grip. Normaal gesproken moet de gehele hand de nunchaku controleren. Bij het uitvoeren van deze techniek moet de pols een draai maken waardoor er twee vingers (ringvinger en pink) grip verliezen. De overige vingers moeten dit krachtverlies opvangen.

6e neerwaartse slag vanaf 1.16 – tot 1.31

Net als bij de 5de neerwaartse slag is ook hier enig gripverlies niet vermijdbaar. De controledraai die moet worden uitgevoerd op het moment dat de arm gestrekt (schouderhoogte) is, geeft iets meer tijd om de nunchaku op te vangen. De nunchaku moet direct in de hand vallen.

7e neerwaartse slag vanaf 1.31- tot 1.59

Een overpakking waarbij de controle met de arm een belangrijke rol speelt. Deze slag moet met een grote cirkelbeweging worden ingeslagen en deels et de bovenarm worden gecontroleerd. De nunchaku moet direct met een vaste grip in de hand vallen.

8e neerwaartse slag vanaf 1.59 – tot 2.39

Voor deze slag geldt hetzelfde als voor de 7de opwaartse slag. De controledraai moet worden uitgevoerd op het moment van maximale strekking. Op schouderhoogte. Zowel de 7de en de 8ste opwaartse slag moeten zowel rechts als links worden uitgevoerd.

Lateral strikes

1e zijwaartse slag vanaf 0- tot 38

Deze slag moet met een grote cirkelbeweging zijwaarts worden ingeslagen. De 1ste zijwaartse slag moet met een lichte stijging voor het lichaam worden ingeslagen bij de hals. Hierdoor daalt de nunchaku achter de rug. De wisseling van hand wordt voorafgegaan door een 3de opwaartse slag.

2e zijwaartse slag vanaf  38- tot 59

Deze slag moet met een grote cirkelbeweging zijwaarts worden ingeslagen. De 2de zijwaartse slag moet met een lichte daling voor het lichaam worden ingeslagen onder de oksel. Hierdoor stijgt de nunchaku achter de rug. De wisseling van hand wordt voorafgegaan door een beweging over het hoofd.

3e zijwaartse slag vanaf  59- tot 1.30

Deze slag moet met een grote cirkelbeweging zijwaarts worden ingeslagen. De 3de zijwaartse slag moet op schouderhoogte horizontaal worden ingeslagen om de nek. De hand die de nunchaku ontvangt moet voor de ander hand zijn. Dit vergemakkelijkt de handwissel door middel van een 3de opwaartse slag.

4e zijwaartse slag vanaf  1.30- tot 1.53

Bij deze slag moet de beweging op een ruime backhand wijze worden uitgevoerd. De nunchaku moet over de uitvoerende arm worden geslagen en achter de rug worden gecontroleerd.

5e zijwaartse slag vanaf  1.53- tot 2.19

Deze slag wordt in eerste instantie als een 2de zijwaartse slag ingeslagen. De hand die de nunchaku ontvangt bij de hals, trekt de nunchaku op horizontale wijze uit en maakt op schouderhoogte een lus-beweging om vervolgens de nunchaku weer in te slaan als de 2de zijwaartse slag.

6e zijwaartse slag vanaf  2.19- tot 2.48

Idem als de 1ste zijwaartse slag met toevoeging van een cirkelbeweging (controledraai) aan de onderzijde van de arm.

7e zijwaartse slag vanaf  2.48- tot 3.12

Idem als de 2de zijwaartse slag met toevoeging van een cirkelbeweging (controledraai) aan de onderzijde van de arm.

8e zijwaartse slag vanaf  3.12- tot 3.41

Idem als de 3de zijwaartse slag met toevoeging van een cirkelbeweging (controledraai) aan de onderzijde van de arm.

Forward strikes

1e voorwaartse slag  vanaf 0- tot 43

Deze slag wordt ook wel de stootslag genoemd vanwege de vooruit stotende beweging. Het slagdeel van de nunchaku wordt naar voren gestoten en geeft een hoorbaar klik-geluid bij een juiste technische uitvoering. Na de uitvoering hangt de nunchaku stil.

2e voorwaartse slag vanaf  43- tot 1.04

Deze slag wordt op dezelfde technische wijze uitgevoerd als de 1ste voorwaartse slag, met dien verschil dat de slag direct terug in de 2de basishouding wordt gebracht. Deze explosieve slag wordt ook wel als zweepslag aangeduid.

3e voorwaartse slag vanaf 1.04- tot 1.21

De bekende basishouding van Bruce Lee. Vanuit deze positie wordt er een voorwaartse slag gegeven op het hoofd van de tegenstander, gevolgd door en directe controle onder de oksel.

4e voorwaartse slag vanaf 1.21-tot 1.40

Gelijk aan de 3de voorwaartse slag. Met een controledraai aan de buitenkant van de arm op het moment dat de arm volledig is gestrekt. Ook hier geldt het hoofd als raakvlak.

Variation strikes

1e variatie slag vanaf 0- tot 48

Deze slag wordt ingezet met een neerwaartse slag die op schouderhoogte wordt gestopt met een airstop. Na deze airstop moet de techniek onmiddellijk gevolgd worden door een 1ste zijwaartse slag. De combinatie maakt de 1ste variatieslag.

2e variatie slag vanaf 48-tot 1.19

Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de 1ste variatieslag. Na de airstop moet de techniek onmiddellijk gevolgd worden door een 2de zijwaartse slag. Deze combinatie maakt de 2de variatieslag.

3e variatie slag vanaf 1.19-tot 1.59

Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de 1ste en 2de variatieslag. Na de airstop moet de techniek onmiddellijk gevolgd worden door een 3de zijwaartse slag. Deze combinatie maakt de 3de variatieslag.

4e variatie slag vanaf 1.59-tot 2.27

Deze slag is een combinatie van een zijwaartse en een neerwaartse slag. De slag wordt ingezet door een horizontale slag op schouderhoogte, gevolgd door een 1ste neerwaartse slag die daar loodrecht op staat.

5e variatie slag vanaf 2.27-tot 2.55

Ook deze variatieslag is een combinatie van een zijwaartse en een neerwaartse slag. De zijwaartse slag moet op schouderhoogte, horizontaal en backhand-wijze worden uitgeslagen, gevolgd door een 1ste neerwaartse slag.

Extension strikes

1e verlengslag vanaf 0-tot 31

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 1ste neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. De voeten blijven in parallelstand.

2e verlengslag vanaf 31-tot 52

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 2de neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. De voeten blijven in parallelstand.

3e verlengslag vanaf 52-tot 1.13

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 3de neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. Er moet ruimte gemaakt worden met de voet om de slag goed achter de rug in te slaan.

4e verlengslag vanaf 1.13-tot 1.36

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 4de neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. Er moet ruimte gemaakt worden met de voet om de slag goed achter de rug in te slaan.

5e verlengslag vanaf 1.36- tot 2.01

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 5de neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. De voeten blijven in parallelstand.

6e verlengslag vanaf 2.01- tot 2.29

Deze slag is nagenoeg gelijk aan de 6de neerwaartse slag voorafgegaan door een ruime cirkelbeweging (verlenging) aan de contrazijde van het lichaam. De voeten blijven in parallelstand.